Het komt niet vaak voor dat jongeren zelf verlenging aanvragen voor hun verblijf in een besloten behandelcentrum. Toch wil de vijftienjarige Emine, die sinds een jaar in De Koppeling verblijft, er graag nog drie maanden aan vastplakken.

 

Emine legt uit:’Officieel moet ik hier over twee weken weg, maar ik wil graag verlengen. Ik heb een band opgebouwd met de leiding en ik zou het moeilijk vinden nu weer aan iets anders te wennen. Als ik weer naar een open instelling moet, weer met nieuwe jongeren moet leren omgaan, dan gaat het zeker mis. En thuis gaat ook niet lukken.’ Emine weet waarover ze praat, want ze heeft al heel wat instellingen van binnen gezien. Dat begon al toen ze elf was en op de agressiegroep van de Bascule werd geplaatst. Emine: ‘Mijn moeder zei dat ik naïef en agressief was, maar ik was een gewoon kind. Daar is het misgegaan, want ik heb de manieren van die groep overgenomen.’

 

Van instelling naar instelling

Tot dan woonde Emine met haar moeder, acht jaar oudere zus en jongere zusje in huis. ‘Mijn moeder kon ons niet handelen. Ik ben eigenlijk door mijn zus opgevoed, we hebben een heel hechte band. Toen zij het huis uitging, ben ik de weg kwijt geraakt, ik vond het zó erg. Ik ging van instelling naar instelling, maar het was overal veel te vrij. Ik hield me niet aan de regels. Als ze de deur op slot deden en ik wilde eruit, schopte ik de deur gewoon open. Mijn moeder was bezorgd en wilde dat ik naar de Koppeling zou gaan. Toen ik bij Bureau Jeugdzorg hoorde dat ik hier naartoe moest, was ik heel boos, ik gooide met hete chocomel en smeet met stoelen. Ze hebben me met twee agenten hierheen gebracht.’

 

Leeg hart

Weer moest ze aan een nieuwe situatie, aan nieuwe mensen wennen. Emine: ‘Het is moeilijk voor mij om telkens kennis te maken met nieuwe jongeren en nieuwe leiding, want ik ben heel verlegen. Ik ben een heel vrolijk persoon, maar soms is dat een masker. Elke ochtend wordt ik wakker met een leeg hart, het wordt gevuld door de glimlach van anderen.’

 

 

Masker afgedaan

Het ging dan ook niet meteen beter in de Koppeling, ze durfde zich nog niet open te stellen en stelde ze zich agressief op. ‘Ik was onhandelbaar, maar hier pakken ze je wel aan. Dan krijg je alarm en slepen ze je naar je kamer. Met de mentor had ik eerst slecht contact, maar later ging dat veel beter. Ook met Truus, mijn mentor van Altra College heb ik nu een heel goede band. Toen ik terugkwam van herfstvakantie ging het niet goed met mij en heb ik de hele klas verbouwd. Na alles wat ik had gedaan kwam Truus later naar me toe en ze was heel bezorgd om mij. Ik zag dat ze echt om me geeft en dat is heel belangrijk voor mij. Ik vertrouw de leiding en heb hier voor het eerst mijn masker afgedaan. ‘

 

Schoolcarrière

Door alle wisselende instellingen is de schoolcarrière van Emine ook hectisch verlopen. Ze heeft al heel wat afdelingen van Altra College bezocht, maar pas hier komt ze tot leren. Ze is slim genoeg en dat weet ze zelf ook. Emine: ‘Ik volg nu vmbo-t bovenbouw. Als ik hier wegga, ga ik misschien naar Altra College Noord, waar ik een mbo-2 opleiding wil volgen. Ik weet nog niet wat ik wil worden, misschien iets met kinderen. Zo kan ik iemand helpen die in de zelfde situatie is als ik nu.

 

Kamertraining

Hoe Emine de toekomst voor zich ziet? ‘Ik wil hier nog drie maanden blijven en dan kamertraining doen; daar moet je 15½ voor zijn. Ik weet dat ik dat kan, ik kan met geld omgaan, ik heb nu een baantje bij Dirk, ik kan koken, alles. Ik blijf bij mijn kleine zusje en als het kan gaan we samen naar Amerika, waar mijn grote zus voor dokter studeert. Ze is al bijna klaar. Als ik alle mensen die belangrijk voor me zijn kan vasthouden, ben ik gelukkig.’

 

De naam Emine is gefingeerd.