Leren omgaan met autisme

‘Ik merk eigenlijk niet meer dat ik het heb’

Dylan is als kleine jongen dol op leren. Hij leest alles wat los en vast zit en vindt het boeiend om nieuwe kennis te vergaren. Voor zo’n jongen moet school een feest zijn, maar dat is het niet. Hij vindt het moeilijk om naar de docent te luisteren, valt buiten de groep en wordt gepest. De modelleerling zit in groep 3 daarom dagelijks alleen op de gang te werken.

 

Het is duidelijke dat er iets met Dylan aan de hand is, maar verschillende psychiatrische onderzoeken geven geen duidelijkheid. Zijn liefde voor leren sleept hem door de basisschool. Hij gaat over naar een categoraal gymnasium, waar hij gelijkgestemden vindt. Dylan: ‘Ik werd minder gepest en begon vrienden te maken. Maar later ging het toch weer iets minder, omdat ik me teveel met mijn vrienden begaf. Ik raakte te gehecht aan hen en dat vonden ze niet fijn.’ Nieuw psychiatrisch onderzoek brengt dit keer wel uitsluitsel: Dylan heeft autisme. ‘Ik was blij dat ik nu wist dat er iets was, waardoor het allemaal niet goed liep. De school reageerde er heel goed op. Ik kreeg een rugzakje, waardoor ik begeleiding kreeg op school. Er kwam iemand die de leraren vertelde over wat autisme inhield en ik heb zelf ook een presentatie gegeven op school. De klas was heel aardig voor me, maar het werd me toch teveel. Misschien heb ik al die jaren dat ik nog niet wist wat er aan de hand was, teveel op mijn tenen gelopen.’

 

Energie kwijt

Begin van de tweede klas kan Dylan bij Altra College Bleichrodt terecht, dat goed is ingesteld op leerlingen met autisme. Dylan: ‘Het was een hele verandering. De school zat nog aan de Stadhouderskade, waar je een vast lokaal had, met bureaus die tegen de muur stonden en schotjes ertussen. In het nieuwe gebouw in Zuidoost ga je zelf van lokaal naar lokaal. Dat vind ik fijner, zo kun je tussen de lessen door een beetje bewegen en kun je je energie kwijt. De lessen zijn daardoor ook rustiger. Er zijn hier veel kleinere klassen dan op mijn oude school. Ik kwam wel in een tamelijk drukke klas terecht, maar daar had ik geen last van, want ik negeer dingen die mij niet aangaan.’

 

Boze buien

Met leerwerk heeft Dylan nauwelijks begeleiding nodig: ‘Ik hoefde niet eens huiswerk te maken.’ De grootste uitdaging ligt in het omgaan met zijn autisme. Dylan: ‘Ik praatte op school geregeld met een psycholoog van de Bascule over mijn boze buien en hoe ik daar beter mee om kon gaan. Ik kon uit het niets woedend worden. Zij heeft me geleerd te kijken naar wat er vooraf gaat aan zo’n bui. Hoe ik beter kan aanvoelen en herkennen dat ik boos wordt, zodat ik het niet zover laat komen. Ook aan de onderbouwcoördinator heb ik veel gehad. Hij zorgde dat ik na een boze bui weer met iedereen om tafel ging zitten, zodat ik zelf zag wat er fout was gegaan.’

Niet alleen op school heeft Dylan last van boze buien, ook thuis krijgen ze ermee te maken. Dylan: ‘Toen ik net op Altra College Bleichrodt zat, liep ik vaak naar huis als ik boos werd. Daardoor was mijn moeder erg betrokken. Mijn ouders kregen van school ouderbegeleiding. Ik weet niet precies wat ze daar aan hebben gehad, maar mijn ouders weten me wel beter te steunen. Ze merken ook eerder op als ik boos wordt en laten me meer mijn gang gaan. Daardoor is het thuis ook fijner.’

 

 

 

Overheen gegroeid

Zijn andere uitdaging – vriendschappen aangaan en behouden – loopt op Altra College Bleichrodt ook een stuk beter dan op zijn oude school. Dylan: ‘Iedereen heeft hier wel iets, dat accepteren we van elkaar. Ik ben op zomerkamp toevallig bevriend geraakt met een jongen die ook hier op school bleek te zitten. Wel in een andere klas dan ik, dus we hadden niet zoveel tijd om elkaar te zien. Zo raakte ik niet te gehecht aan hem, waardoor mijn vriendschappen eerder spaak liepen. Later kwamen we wel samen in één klas, maar toen was ik er al overheen. Deels omdat ik er vanzelf overheen ben gegroeid en deels omdat mijn moeder er iets van heeft gezegd. Daardoor heb ik geprobeerd het te veranderen.’

 

Draai gevonden

Vorig jaar heeft Dylan zijn havodiploma gehaald. Hij studeert nu chemie aan de Hogeschool in Leiden. Het grote verschil met Altra college? ‘Hier moet je veel meer zelf doen en leren. Daar ben ik niet echt op voorbereid door school, maar ik vind mijn studie leuk en daarom gaat het goed.’ Hij heeft zijn draai in het leven gevonden. “Ik zit in een gezellige klas, ik heb goede vrienden en zelfs een vriendin. Ik heb ze allemaal verteld dat ik autisme heb. Ze zeiden gewoon ‘OK’, en gingen weer verder. Niet uit onverschilligheid, maar omdat ze het accepteren. Ik ben gewoon nog dezelfde voor hen. Ik merk zelf eigenlijk niet meer dat ik autisme heb, ik heb er gaan last meer van.’