‘Mijn zoon is weerbaar geworden’

Ruimte voor persoonlijke aandacht en begeleiding

Je ziet je kleine jongen met buikpijn naar school gaan en met buikpijn weer terugkomen. Je merkt dat je zoon op school niet goed op zijn plek zit, dat ze niet de ondersteuning kunnen bieden die hij nodig heeft. Dan is het heerlijk als hij op een speciale school terecht kan, waar hij mag zijn wie hij is.

 

Het was José al snel duidelijk dat haar zoontje anders was dan andere kinderen. Al in de kleuterklas was hij gericht op regels. Daar moet je je toch aan houden, waarom deden de andere kinderen dat dan niet? Op school zagen ze het probleem niet meteen, want de leerling gedroeg zich voorbeeldig. ‘Hadden we maar tien van zulke kinderen in de klas’, hoorde ze vaak. Maar thuis kwam alle spanning er uit.

 

‘Die jongen hoort bij ons’

Meerdere gesprekken, onderzoeken en observaties op school volgden. José schakelde zelfs een psychiater in, die concludeerde dat de jongen kampte met ADHD en PDD NOS – een vorm van autisme. Uiteindelijk was iedereen het er over eens dat hij het best op zijn plek zou zijn op een school voor speciaal onderwijs. José: ‘Ik belde de Bets Frijlingschool en kon meteen terecht voor een kennismakingsgesprek. Daar zagen ze al snel: ‘Die jongen hoort bij ons’. Hij kon na de zomervakantie meteen beginnen. Ik had vanaf dag 1 een goed gevoel bij de school.’

 

Heftige kinderen

De duidelijke structuur en de kleine klas deden hem goed. Naast de vaste docent, was er altijd wel een klassenassistent of stagiaire. Zo was er was meer ruimte voor persoonlijke aandacht en begeleiding. José: ‘Hij voelde zich meteen prettig op school. Wel had hij een aantal heftige kinderen in de klas, waar hij aan moest wennen. De juf moest soms flink optreden en ze kwamen regelmatig op de time-out kruk terecht. Het kwam zelfs voor dat kinderen werden geschorst. Hij vond dat heel naar voor die leerlingen, omdat hij het gevoel had dat ze er niets aan konden doen. Hij trok zich dat erg aan.’

 

 

 

 

Intensief contact

Heel positief heeft José het contact met de school ervaren. ‘Zeker in het begin was het contact met de school heel intensief. Er werd veel aan overdracht gedaan, meer dan op andere scholen. Dat ging via het overdrachtschriftje of telefonisch. Omdat de school wat verder weg was, kon ik niet vaak aanwezig zijn; mijn zoon werd gehaald en gebracht met een busje. Maar als hij last had van spanning, besprak ik dat op school en vroeg of er soms iets bijzonders was gebeurd. Andersom gebeurde dat ook.’

 

Weerbaar geworden

Sinds augustus dit jaar zit haar zoon op de middelbare school. Een spannende overgang, die redelijk goed verloopt. José: ‘Op de Bets Frijlingschool is hij weerbaar geworden. Zo heeft hij een training Rots en Water gedaan, dat neemt hij mee naar de middelbare school. Hij is in een pittige klas terecht gekomen en neemt het zelfs op voor een jongen die gepest wordt. Op deze school heeft hij een zorgarrangement, de Bets Frijlingschool heeft ook aangegeven dat dat nodig is. De school heeft wel meer kinderen met een rugzakje. Ze zijn heel open over wat iedereen heeft, en daarom zitten de leerlingen daar ook totaal niet mee.’

 

Naar de middelbare school

Toch was de stap naar de middelbare school heel groot. José: ‘Meester Marco heeft in groep 8 veel geïnvesteerd om de leerlingen klaar te stomen voor de middelbare school. Een topleraar, die de klas er echt doorheen heeft gesleept. Hij gaf de leerlingen bijvoorbeeld al huiswerk op en liet ze bewust kopje ondergaan. Maar hij deed dat op een leuke manier, altijd met een geintje. De kinderen waren lyrisch van hem. Het is wel jammer dat ze nooit een boekbespreking of spreekbeurt hebben hoeven doen. Ook plannen valt nog lang niet mee; huiswerk maken voor de volgende dag en niet het vak waar je toevallig mee bezig bent. Werken met een agenda heeft hij nog niet helemaal onder de knie. Gelukkig krijgt hij daar op zijn nieuwe school ook begeleiding bij. En van mij natuurlijk. Al met al geeft het wel weer een hoop stress. Ik had vorige week bijna de Bets Frijlingschool weer gebeld, want ik mis het contact!’